Dit huis, gebouwd in de tuin van de atelierwoning van architect Carli Vanhout, is een extreem voorbeeld van de bewoning van een serre en dit met een zeer doorgedreven ontwerp. De typologische kenmerken zijn een vorm welke het prisma benadert, belgaasd op de hellende zijde gericht op het zuiden, en bijna volledig gesloten aan alle andere zijden. In dit specifiek geval bedekt de serre het huis volledig, alhoewel de woonruimtes ervan gescheiden zijn door wanden die eveneens beglaasd zijn. Naast het feit dat deze interne scheidingen akoestisch isoleren, laten zij tevens toe dat deze ruimtes worden afgesloten van de serre wanneer op bepaalde ogenblikken van het jaar het klimaat te extreem kan zijn.
De woning bestaat uit twee woonniveaus tegen een blinde muur op het noorden, en is overdekt met een groot glazen dak. Tussen dit dak en de woning worden er drie kleine serres gecreëerd die aflopen naar de tuin.
Het beglaasde dak en de serre van het gelijkvloers zijn uiteraard opvangelementen. Dit aanzienlijk beglaasd oppervlak bestaat uit enkele beglazing voor een maximale opvang.
De betonnen welfsels die de twee hoogste serre-ruimtes van de eigenlijke woning scheiden, de vloerplaat van de serre op het gelijkvloers en de zijmuren geven het geheel een grote opslagcapaciteit.
De verspreiding van de warmte in de woning geschiedt enkel door convectie, die men controleert door het openen en sluiten van de vensterdeuren die op de serres uitgeven.
De vloeren en de binnenmuren welke heel zorgvuldig werden geïsoleerd, en de dubbele binnenvensters verhinderen de warmte door te dringen van de woning naar de serre wanneer de serre koud is, of van de serre naar de woning wanneer deze laatste te warm is.
De noordgevel, helemaal dicht en de zeer gesloten oost- en westgevels beperken sterk de warmteverliezen
Op het beglaasde dak werd niets voorzien om de doordringing van de zon in de serres te verhinderen. Enkel de gordijnen aan de binnenvensters beperken de bezonning van de woning.
De oververwarming wordt vooral vermeden door de serre te ventileren. Een tocht wordt veroorzaakt tussen de vensterdeuren van de benedenserre en de hoge vensters van het beglaasde dak. Het openen van de zijvensters verfrist de woonruimten.
De warmtebehoeften worden gedekt door een direct elektrisch verwarmingssysteem in de verschillende lokalen. Het gaat om wandconvectoren in de kamers en badkamer en vloerconvectoren in de woonkamer. De productie van sanitair warm water wordt verzekerd door een elektrische boiler.